aan: Provinciale Staten van Friesland
betreft: Twijfelen aan rapporten van Meten=Weten is zinloos
datum: 10 mei 2026
namens: Stichting Natuurbeschermingswacht
info@natuurbeschermingswacht.nl
Vereniging Meten=Weten
mail@metenweten.nl
door: ing. Geert Starre
info@boom7.nl
0522-260791
Geachte Provinciale Staten van Friesland,
Naar aanleiding van een handhavingsverzoek van 1 mei 2025 heeft uw college een waarschuwingsbrief verzonden naar diverse initiatiefnemers die bestrijdingsmiddelen toepassen.
Zie de brief aan u van 4 mei 2026 met kenmerk 02500748, vindplaats:
https://fryslan.notubiz.nl/document/16903851/1
Het handhavingsverzoek:
https://www.milieu4.nl/cms/m21314-HHV-percelen-Fr.html
De politiek heeft daarna openlijk de rapporten van Meten=Weten in twijfel getrokken. De gevolgen van twijfel en onzekerheid worden in deze brief besproken.
Inleiding
De rapporten van Meten=Weten worden door de politiek in twijfel getrokken. In deze brief leg ik uit waarom dat zinloos is.
Zie voor een voorbeeld van politieke twijfel bijvoorbeeld het artikel 'Gifbrief zorgt voor onenigheid in provinciebestuur. Wat is er aan de hand?' in de Leeuwarder Courant van 8 mei 2026. Er staat:
"
Het raakt het fundament van de BBB, dat we geen beleid willen dat gebaseerd is op aannames en modellen."
"
Ze verwijst hierbij onder meer naar de keuze voor een grens van vier kilometer. Die is gebaseerd op een onderzoek van Meten = Weten, een vereniging die zich zorgen maakt over bestrijdingsmiddelen en het gebruik hiervan via rechtszaken probeert terug te dringen. Nauta zet twijfels bij dit onderzoek."
Belangrijk is het juridische toetsingskader. Om Natura 2000 te beschermen dient rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie gevolgd te worden inzake de Habitatrichtlijn.
C-411/17,
ECLI:EU:C:2019:622, België, "
Inter-Environnement Wallonie en Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen":
"
120 Voorts brengt een passende beoordeling van de gevolgen van een plan of project voor een beschermd gebied mee dat alle aspecten van dit plan of project die op zichzelf of samen met andere plannen of projecten de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied in gevaar kunnen brengen, voordat goedkeuring wordt verleend voor dat plan of project, op basis van de beste wetenschappelijke kennis ter zake moeten worden bepaald. De bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor een activiteit in het betreffende gebied wanneer zij de zekerheid hebben verkregen dat deze activiteit geen schadelijke gevolgen heeft voor de natuurlijke kenmerken van dat gebied. Dat is het geval wanneer er wetenschappelijk gezien redelijkerwijs geen twijfel meer over bestaat dat dergelijke gevolgen uitblijven (arrest van 7 november 2018, Holohan e.a., C-461/17, EU:C:2018:883, punt 33 en aldaar aangehaalde rechtspraak)."
In vet de meest relevante zin.
Die uitleg dient gevolgd te worden door de lidstaat. In Nederland is gedeputeerde staten als bevoegd gezag verplicht die uitleg te volgen. Die uitleg geldt voor het verlenen van toestemming, maar ook bij handhavingsverzoeken, omdat daarbij hetzelfde beschermingsniveau geboden moet worden door gedeputeerde staten.
Als gedeputeerde staten wordt verzocht om handhaving, is relevant welke drempel inzake bewijs de verzoeker om handhaving moet halen. Dat wordt hieronder besproken.
Bewijslast Habitatrichtlijn
De rechtbank Noord Nederland is glashelder over bewijslast in zaken op basis van de Habitatrichtlijn.
Zie
ECLI:NL:RBNNE:2024:882, punt 7.4.3:
"
Wat er verder ook zij van de dubbele rol als gemachtigde en deskundige van Van Uffelen, in het onderhavige geval heeft Van Uffelen concrete aanknopingspunten voor twijfel naar voren gebracht met betrekking tot het continu kunnen halen van de emissiewaarde beneden de 3,5 mg/Nm3. Verweerder mocht daarom niet zonder nadere motivering op de aan de besluitvorming ten grondslag liggende rapporten afgaan."
De genoemde uitspraak is bij uitspraak
ECLI:NL:RVS:2026:1705 van 25 maart 2026 bevestigd door de Raad van State Afdeling bestuursrechtspraak:
"
Van Uffelen - deskundige of gemachtigde van MOB
5. De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank, los van de vraag of Van Uffelen in deze procedure als onafhankelijk deskundige of gemachtigde van MOB moet worden aangemerkt, de inbreng van Van Uffelen terecht bij de beoordeling van het beroep van MOB heeft betrokken. Of de rechtbank op basis van wat door en namens MOB in beroep naar voren is gebracht terecht heeft geoordeeld dat MOB concrete aanknopingspunten voor twijfel naar voren heeft gebracht over het continu kunnen halen van de emissiewaarde beneden 3,5 mg NOx/Nm3, beoordeelt de Afdeling hierna aan de hand van wat HoST en het college daartegen in hoger beroep naar voren hebben gebracht."
Het maakt dus niet uit wie punten naar voren brengt; de bewijslast ligt niet bij verzoeker. De verzoeker om herziening of handhaving hoeft slechts aanknopingspunten voor twijfel naar voren te brengen.
Dit geldt voor de bezwaren bij vergunningverlening en bij verzoeken om handhaving, omdat de verbodsbepaling van de Habitatrichtlijn hetzelfde beschermingsniveau beoogt, als de procedure om toestemming te verlenen (te vergunnen). Zie bijvoorbeeld punt 31.3 van de Afdelingsuitspraak
ECLI:NL:RVS:2022:3159.
De rapporten van Meten=Weten
De rapporten van Meten=Weten hoeven dus niet de wetenschappelijke zekerheid te bieden om van nut te zijn in een handhavingsprocedure. De rapporten zijn beslist een aanknopingspunt van twijfel.
Het is aan het college om wetenschappelijke twijfel weg te nemen als er verzocht wordt om handhaving.
Dat dit onmogelijk is, wordt verderop besproken. Zolang 'er wetenschappelijk gezien redelijkerwijs geen twijfel meer over bestaat' dat bestrijdingsmiddelen geen significante effecten hebben, kan een handhavingsverzoek niet afgewezen worden en moet gedeputeerde staten handhaven. Een waarschuwing is dan onvoldoende.
Twijfel is niet in het voordeel van boeren
Een andere lezing geeft alleen maar meer vertraging en onzekerheid voor de initiatiefnemers. In BBB jargon: onzekerheid voor de boeren. Die willen weten waar ze aan toe zijn. Erken dan het probleem. Pas dan kan een begin gemaakt worden aan een oplossing. Tot die tijd mag niet worden afgezien van handhaving.
Het Hof van de Europese Unie ziet rapporten met tegengestelde conclusies als wetenschappelijke discussie waarbij de vereiste zekerheid dat significante effecten uitblijven ontbreekt. In dat geval mag niet van handhaving worden afgezien. Zie het arrest "
Bialowieza",
ECLI:EU:C:2018:255, punt 179:
"
In de vierde plaats blijkt uit de aan het Hof verstrekte informatie, alsook uit de ter terechtzitting gehouden pleidooien, dat er op de datum van goedkeuring van de bijlage van 2016 nog steeds wetenschappelijke discussie bestond over de meest geschikte methoden om de verspreiding van de letterzetter tegen te gaan. Uit het herstelprogramma komt naar voren dat dit meningsverschil met name betrekking had op het nut zelf van de bestrijding van deze verspreiding. Volgens sommige wetenschappelijke standpunten verloopt deze verspreiding namelijk volgens een natuurlijke cyclus, die overeenstemt met de periodieke tendensen die kenmerkend zijn voor het gebied waarvan de instandhoudingsdoelstelling de aanwijzing ervan als GCB en als SBZ heeft gerechtvaardigd. Aangezien er geen wetenschappelijke zekerheid bestond over het ontbreken van blijvende schadelijke gevolgen van de betrokken verrichtingen van actief bosbeheer voor de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied, konden de Poolse autoriteiten, overeenkomstig de in punt 117 van dit arrest aangehaalde rechtspraak, de bijlage van 2016 dan ook niet goedkeuren."
Maar er zijn overigens geen reden om aan de constateringen in de rapporten van Meten=Weten te twijfelen. Meten=Weten heeft heeft laten zien dat vele stoffen zich tot grote afstanden buiten de akkers verplaatsen tot in Natura 2000.
Wat de gevolgen zijn van die stoffen in Natura 2000 is niet zeker. Maar omdat de stoffen gemaakt zijn om op efficiente manier diverse levensvormen te verstoren, is dat minimaal een 'aanknopingspunt van twijfel'.
In het onderdeel 'Zienswijzennota' schrijft uw college:
"
Ad. 4. Het WUR-rapport
Uit het WUR-rapport blijkt dat significant negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden niet bevestigd kunnen worden, maar ook niet uitgesloten kunnen worden. Volgens het voorzorgsbeginsel kan slechts dan aan een activiteit begonnen worden, indien op voorhand negatieve gevolgen voor - in dit geval - Natura 2000-gebieden op uitgesloten zijn. Nu vaststaat dat deze gevolgen niet uitgesloten kunnen worden, geldt er mogelijk een vergunningplicht. Derhalve hebben wij besloten om over te gaan tot het versturen van waarschuwingsbrieven. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassingen.
5. Reactie WUR
Uit de door indieners weergegeven reactie van de WUR blijkt nogmaals dat negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden niet op voorhand volledig uitgesloten kunnen worden. Dit onderdeel van de zienswijze leidt daarom ook niet tot aanpassingen."
Uit bovenstaande blijkt dat uw college het juiste toetsingskader toepast. Ook blijkt dat de onzekerheid niet alleen voortkomt uit alleen rapporten van Meten=Weten.
Twijfel nog groter door ontbreken spuitregisters
Initiatiefnemers en met name de branche maakt de onzekerheid nog groter door hevig verzet tegen het openbaar maken van spuitregisters. Onzeker is dan welke stoffen toegepast worden. Alleen al door die onzekerheid kan gedeputeerde staten niet afzien van handhaving.
Zie voor verzet tegen openbaarmaking de video webinar over Convenant Gewasbescherming:
https://www.lto.nl/kijk-terug-het-webinar-over-convenant-gewasbescherming/
Ik heb als kijker LTO de volgende vraag gesteld: "
Komt wat jullie betreft in het convenant dat na de zomer alle spuitregisters digitaal online raadpleegbaar zijn?"
Zie het antwoord van Ger Koopmans op tijdstip 01:12:20: spuitregisters worden niet openbaar.
Als spuitregisters niet openbaar worden, kan gedeputeerde staten ook niet met 'wetenschappelijke zekerheid' uitsluiten dat er geen significante effecten op zullen treden. Dan moet gedeputeerde staten handhaven. Een handhavingsverzoek is dan zeer simpel op te stellen, een kopie van een eerder handhavingsverzoek voldoet.
De branche schiet zichzelf dus in de voet door geheimhouding.
Wetenschappelijke twijfel is niet weg te nemen
Er zijn inmiddels meerdere rapporten inzake bestrijdingsmiddelen in Natura 2000. Geen van allen nemen de twijfel over de gevolgen weg. Hieronder een overzicht van enkele rapporten.
Het WUR-rapport
Hiervoor is het WUR rapport al besproken. Volledigheidshave hieronder de citeertitel en vindplaats.
Van den Berg, S., Droge, S., Holterman, H.-J., & Buddendorf, B. (2026).
Pesticiden in terrestrische Natura 2000-gebieden: Verkennende beoordeling op aanwezigheid, blootstellingsroutes en potentiële ecologische risico’s voor bodemorganismen en niet-doelwit geleedpotigen. (Rapport / Wageningen Environmental Research; No. 3504).
https://doi.org/10.18174/708361
Toegezonden naar de Tweede kamer op 23 febr 2026:
https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2026Z03268&did=2026D07252
Bespreking rapport Schuttelaar & Partners
De provincie Drenthe heeft het advies gevraagd aan Schuttelaar & Partners. Hun rapport is recent openbaar gemaakt door verzending naar Provinciale Staten van Drenthe.
Het betreft het rapport 'Verkenning Voortoets Gewasbeschermingsmiddelen' door Schuttelaar & Partners van 16 dec 2026.
Voor onderhavige procedure is het rapport van nut om de volgende constatering:
"
Hoewel berekeningen aangeven dat drift vanuit een verwaaiing van spuitvloeistof op grote afstand nauwelijks een rol speelt, worden stoffen toch kilometers verderop aangetroffen. Dit wijst erop dat andere routes als verdamping, atmosferische depositie en transport via stof waarschijnlijk belangrijke routes zijn."
Vindplaats in het zaaksysteem van het
Drents Parlement (PS):
https://www.drentsparlement.nl/Vergaderingen/Statencommissie/2026/4-maart/09:30/BELEIDSONDERWERPEN-GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN-STATENSTUK-2026-8
Directe link naar rapport (pdf):
https://www.drentsparlement.nl/Vergaderingen/Statencommissie/2026/04-maart/09:30/BELEIDSONDERWERPEN-GEWASBESCHERMINGSMIDDELEN-STATENSTUK-2026-8/PS010426-Cie040326-2026-8-Bijlage-4-Rapport-verkenning-voortoets-gewasbeschermingsmiddelen-van-Schuttelaars-en-Partners.pdf
Hieronder wordt uit het rapport geciteerd.
p. 5 Doel van het doel van het rapport:
"
Verkennen of het mogelijk is om een juridisch houdbare voortoets op te stellen die aansluit bij de eisen die volgen uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State."
p. 10
"
Op 2 april 2025 oordeelde de Afdeling (ECLI:NL:RVS:2025:1428) dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt niet langer is toegestaan zonder voorafgaand ecologisch onderzoek, ongeacht de afstand tot Natura 2000-gebieden."
p. 31
"
6 Conclusies
Een voortoets gewasbeschermingsmiddelen achten wij op dit moment niet zonder meer haalbaar en juridisch houdbaar. Het advies is dus een ‘no go’."
Constateringen van de Ecologische Autoriteit
De Ecologische Autoriteit ziet 'pesticiden' als drukfactor:
"
Uit de NDA’s blijkt dat de drukfactoren rond het gebied vaak eerder zijn toegenomen dan afgenomen. Per gebied spelen naast stikstof, water en bodem ook andere drukfactoren een rol zoals (zie figuur 2):
[..]
• intensief gebruik door landbouw binnen de begrenzing van het natuurgebied, wat leidt tot versnippering, inwaaiing en/of inspoeling van meststoffen, pesticiden en soms ook verstoring van gevoelige soorten;"
Minder spuiten
Omdat pesticiden een drukfactor zijn is er maar één oplossing: minder spuiten.
Het verzoek om handhaving en deze brief zijn gebaseerd op Europees recht. Er bestaat voor de politiek geen ruimte om van dat Europees recht af te wijken.
Het zaaien van twijfel, met name door BBB en LTO, heeft geen nut. Het laat alleen zien dat politiek en de branche openlijk bereid zijn het Europees recht ter zijde te stellen. Meer twijfel maakt het opstellen van handhavingsverzoeken alleen maar simpeler.
Overige punten
Het gaat om bestrijdingsmiddelen,
niet om een bepaalde teelt. De uiteenzetting hierboven is van toepassing op alle teelten.
Het is jammer dat er geprocedeerd moet worden op basis van percelen, waardoor meteen een initiatiefnemer partij wordt. Helaas staat nationaal recht niet toe om te verzoeken om algemeen verbindende voorschriften. Hierover wordt elk moment een uitspraak verwacht van de rechtbank Noord-Nederland.
De eerste uitspraak inzake bestrijdingsmiddelen en mogelijk significante effecten is van 18 juni 2021. Bijna 5 jaar geleden,
ECLI:NL:RBNNE:2021:2483. Een en ander kan daarom niet als totale verrassing komen.
Gedeputeerde Staten van Overijssel hanteeren overigens een afstandsgrens van 10km met de volgende motivatie (brief 28 apr 2026):
"
Wij hanteren voorlopig de 10 kilometergrens om tegemoet te komen aan het strikte voorzorgsbeginsel dat voortvloeit uit het natuurbeschermingsrecht.1 Wij baseren ons daarom op het onderzoek dat uitgaat van de verste verspreidingscirkel van gewasbeschermingsmiddelen. Voor zover ons bekend is dit het onderzoek: ‘Pesticiden in terrestrische Natura 2000-gebieden: Verkennende beoordeling op aanwezigheid, blootstellingsroutes en potentiële ecologische risico’s voor bodemorganismen en niet-doelwit geleedpotigen’ van de WUR, uit februari 2026. Uit dit onderzoek blijkt dat gewasbeschermingsmiddelen zich via over een afstand van “makkelijk meer dan 10 km” kunnen verspreiden. Omdat de werkelijke afstand niet verder gespecificeerd is, wordt gelet op het voorzorgsbeginsel aangesloten bij een verspreidingscirkel van 10 km. Deze afstand kan in de toekomst wijzigen door nieuwe wetenschappelijke inzichten."
Opmerking: het bevoegde gezag constateert een verspreiding over een grotere afstand, dan in de rapporten van Meten=Weten. In de rapporten van Meten=Weten wordt een afstand van 7 kilometer geconstateerd.
De Habitatrichtlijn laat geen ruimte voor een belangenafweging. Dat kan immers alleen met toepassing van artikel 6 lid 4 van de Habitatrichtlijn.
Bespreking position paper van het Ctgb
Op 8 december 2025 verscheen op de website van het Ctgb een zogeheten
position paper met de titel
"Van toelating naar afweging: omgaan met zorgen over gewasbescherming".
In de paper schrijft het Ctgb:
"
De Habitatrichtlijn verplicht tot het voorkomen van verslechtering van beschermde natuur. De toets daarop valt buiten het kader van de toelating."
Bron Ctgb:
https://www.ctgb.nl/documenten/2025/12/08/position-paper-van-toelating-naar-afweging
Het citaat bevestigt, nu ook door het Ctgb zelf, dat de toelating niet de vereiste zekerheid geeft inzake verslechtering (Habitatrichtlijn).
Tenslotte
Mochten er vragen zijn dan hoor ik dat graag.
Hoogachtend,
Geert Starre